NLD (Nonverbal Learning Disability)

NLD werd voor het eerst beschreven door Byron Rourke (1989) als:

“een expliciet syndroom van neuropsychologische talenten en gebreken dat zich manifesteert als een specifiek patroon van relatieve begaafdheden en gebreken in het schoolse en het sociale leren.”.

Dit betekent grofweg dat het een stoornis is in het verwerken van non-verbale informatie (van zintuiglijke prikkels) hetgeen leidt tot problemen in de fijn-motorische ontwikkeling (o.a. schrijven, onhandigheid), de ontwikkeling van het ruimtelijk inzicht (o.a. rekenen, de weg vinden, tijdsbesef) en sociale vaardigheden (o.a. sociaal begrip, voor je beurt praten), het inzicht in oorzaak-gevolg relaties en het werktempo (o.a. veel herhaling nodig).

De informatieverwerking van iemand met NLD verloopt vertraagd en hij/zij heeft moeite met het automatiseren van nieuwe informatie. Dit zorgt voor weerstand voor nieuwe informatie en situaties. Naarmate een kind met NLD ouder wordt des te meer eisen er vanuit de omgeving aan het kind worden gesteld. De tekorten die er bij het kind zijn zullen dan ook met de leeftijd duidelijker zichtbaar worden.

Mensen met NLD hebben relatief goede verbale vaardigheden, ze hebben een rijke woordenschat en hierdoor ontstaan er vaak hoge verwachtingen van hun intellectuele vermogen. Dit kan leiden tot overvraging, hetgeen ernstige gevolgen kan hebben voor de emotionele stabiliteit en leiden tot druk gedrag, driftbuien, extreme koppigheid, angsten en depressies etc.

Kenmerken van NLD

  • trapsgewijze ontwikkeling
  • een onhandige, houterige grove motoriek
  • veel ‘gekke’ ongelukjes
  • problemen met de fijne motoriek (pengreep, hanteren van mes en vork etc.)
  • slechte oog-hand-coördinatie
  • een spraakontwikkeling die vrij laat op gang komt (eenmaal op gang gekomen is de spraak goed; wel kunnen er uitspraakproblemen zijn, en eigenaardigheden zoals echoën, herhalingen en een monotone spraak)
  • problemen met inzichtelijk rekenen (mechanisch rekenen wordt wel aangeleerd)
  • traagheid, onzekerheid in het werk
  • moeite met het aanleren van routines (beheerst het kind ze eenmaal, dan zit het er ook goed tot extreem goed in)
  • passief gedrag
  • weinig sociale vaardigheden
  • angst voor ongewone sociale situaties
  • onverklaarbare uitingen van woede en angst
  • moeite met herkennen van niet-verbale signalen (gebaren, gelaatsuitdrukkingen)
  • problemen met overzicht, bijvoorbeeld in de gymzaal en het zwembad
  • snel verdwalen
  • gevaarlijk gedrag in het verkeer

 

Iemand met NLD laat vaak de onderstaande gedragingen zien.

  • Erg verbaal, geneigd om alles te verbaliseren
  • zeer associatief en omslachtig vertellen
  • Uitgebreide woordenschat met veel ‘volwassen’ woorden.
  • Praat veel zegt weinig, moeite met tot de kern te komen.
  • ‘Cocktail-speech’: oeverloos praten over allerlei onderwerpen.
  • Gesprek domineren
  • Ongepaste toon van spreken tegen volwassenen
  • Discussie aangaan
  • Persoonlijke ruimte niet begrijpen, grensoverschrijding
  • Gezichtsuitdrukkingen negeren
  • Moeite met oogcontact
  • Slecht georganiseerd
  • onhandig, houterig, ongecoördineerd
  • Associëren
  • Weet niet wanneer te stoppen
  • Zegt ongepaste dingen
  • Detailgericht
  • Probeert wel contact te maken maar weet niet hoe dit adequaat kan
  • Erg goed auditief geheugen
  • Detailgericht maar mist het geheel
  • Fragmentarisch waarnemen (tekenen)
  • Moeite met leesbegrip
  • rekenproblemen
  • Moeite met abstract redeneren
  • Slordig en meoizaam handschrift
  • Concreet denken, erg letterlijk
  • Moeite met nonverbale taal, gezichtsexpressie, lichaamstaal, toon van stem
  • Angst/ weerstand voor nieuwe situaties
  • Moeite met aanpassen aan veranderingen
  • Naïef, moeite met common sense
  • Onhandige strategieën blijven toepassen.

 

Problemen per ontwikkelingsfase

  • baby: minder actief reageren op volwassenen, (non)verbale stimuli, niet onderzoekend spelen
  • peuter: slecht gecoördineerd, geen exploratief gedrag, afhankelijk van verzorgen, geen initiatief, gemakkelijk/relaxt kind. loopt laat en onhandig. dicht bij volwassenen in de buurt blijven. later praten: geen babytaaltje, maar in snel tempo nieuwe woorden en volzinnen.
  • kleuter: problemen in basisvaardigheden en motoriek (kleren verkeerd aan), schoolse vaardigheden vertraagd
  • groep 3 – 8: moeite met volgen meervoudige instructies, geleerde moeilijk generaliseren OF in programma voor talentvolle kids. kind trekt kleding mogelijk nog steeds verkeerd aan, corrigeert niet door slechter tactiel waarnemen.
  • puberteit: buitengesloten, geplaagd, verkeerd begrepen door anderen, problemen met studeren en huiswerk (etiket ‘lui en ongemotiveerd’). visueel ruimtelijke problemen, letterlijk denken, weinig interactie met andere sekse, na 15 jr. iets meer acceptatie leeftijdgenoten (1-2 vrienden), lage zelfwaardering, verlegen, anderen vinden kind ‘watje’.
  • volwassenheid: baan lager dan opleidingsniveau en IQ, moeite met aangaan intieme relaties, problemen met nonverbale signalen, steunen op letterlijk opgeslagen gebeurtenissen.

 

Het vaststellen van NLD

Bij het vaststellen van NLD wordt er naar de volgende gebieden gekeken:

  • de ontwikkeling van het kind
  • intellectueel niveau
  • de schoolse vaardigheden en prestaties
  • de (neuro)psychologische vaardigheden
  • de sociale, emotionele vaardigheden

NLD wordt vaak verward met andere stoornissen. Het kind kan als gevolg van overvraging erg druk gedrag gaat vertonen waardoor er wellicht aan ADHD wordt gedacht. Ook wordt er met enige regelmaat aan een autisme verwante stoornis (bijvoorbeeld Asperger) gedacht bij kinderen met NLD. Dit komt o.a. door de goede verbale vaardigheden, moeite met de motoriek en sociale situaties. De onderliggende oorzaak is echter van een andere categorie. NLD is een neuropsychologische diagnose die iets zegt over de informatie verwerking. ADHD en PDD-NOS zeggen iets over gedrag. De bovenstaande diagnoses kunnen echter wel naast elkaar bestaan.

Een onderzoek bij NLD wil zeggen dat er een profiel van sterke en zwakkere vaardigheden in kaart word gebracht aangepast aan de ontwikkelingsleeftijd. Tevens wordt er een inschatting gemaakt van de ernst van  het neuropsychologische profiel (hoe meer verschil tussen vaardigheden en tekorten, hoe meer het kind moet compenseren).